Kaarten

Blauwe kaart (ziek naar huis)

Als je ziek bent en je wil naar huis geef je dit aan bij de docent. De docent kan voor jou een blauwe kaart invullen. Deze blauwe kaart neem je mee naar de receptie, waar er naar huis wordt gebeld. Pas als er contact is geweest met iemand thuis, kun je naar huis toe gaan.

Groene kaart (verlof)

Als je verlof nodig hebt, vraag je ruim van tevoren een groene kaart aan je mentor. Deze groene kaart laat je thuis door je ouders invullen. Daarna wordt de ingevulde groene kaart minstens twee dagen van tevoren bij de mentor ingeleverd. Deze tekent de groene kaart en vult de gegevens in binnen Magister. Daarna wordt de groene kaart aan jou teruggegeven.

Witte kaart (nakomen)

Als je één of meerdere uren terug moet komen, krijg je een witte kaart. Hierop staat wanneer, waar en waarom je moet nakomen. Deze witte kaart neem je mee naar huis en laat je door jouw ouders ondertekenen. Op het moment dat je terug moet komen, lever je de ondertekende witte kaart in bij de persoon bij wie je terug moet komen.

Rode kaart (eruit gestuurd)

Als je uit de les wordt gestuurd, krijg je een rode kaart mee. Je gaat met deze rode kaart naar lokaal 112. Daar moet je op een formulier invullen wat er precies is gebeurd. Met dit formulier en de rode kaart ga je 5 minuten voor het einde van het lesuur terug naar de les. Met de docent maak je vervolgens een afspraak over een passende maatregel.